Een directeur-grootaandeelhouder (DGA) is de enige werknemer van zijn BV. De BV heeft een 51% belang in een BV die zich bezighoudt met groothandel in kunstschildersbenodigdheden. Na een boekenonderzoek heeft de Belastingdienst een naheffingsaanslag opgelegd met daarin een correctie voor de kosten voor personal training en abonnementen voor een sportschool. Terecht?
Hoofdvraag
Kunnen het verstrekken of vergoeden van de kosten voor personal training en het abonnement voor de sportschool van de DGA aangemerkt worden als gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen?
Subvraag 1: Valt een DGA binnen de Arbeidsomstandighedenwet?
De Belastingdienst voert aan dat de DGA geen werknemer of werkgever is maar een zelfstandige. De Belastingdienst verwijst hierbij naar de wijziging van de Arbeidsomstandighedenregeling in 20011 en de wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit in 20062. Hierdoor is artikel 3 van de Arbeidsomstandighedenwet niet van toepassing omdat daar enkel over werkgevers en werknemers wordt gesproken. De verstrekking en/of vergoeding van kosten voor personal training en het abonnement voor de sportschool aan de DGA en zijn echtgenote vloeien dan ook niet rechtstreeks voort uit het arbobeleid dat de BV op grond van de Arbeidsomstandighedenwet voert, waardoor deze verstrekkingen en/of vergoedingen niet als gericht vrijgesteld kunnen worden aangemerkt.
Volgens de rechter is tussen de BV en de DGA wel sprake van een gezagsverhouding waardoor artikel 3 van de Arbeidsomstandighedenwet wel van toepassing is. Het is namelijk niet relevant of materieel sprake is van een gezagsverhouding. De verwijzingen van de Belastingdienst leiden niet tot een ander oordeel omdat deze zien op een later ingevoerd specifiek wetsartikel en niet op de algemene definities van de Arbeidsomstandighedenwet.
Subvraag 2: Vallen personal training en een sportschoolabonnement binnen de kaders van de Arbeidsomstandighedenwet?
De BV stelt dat de kosten voor personal training en het abonnement voor de sportschool van de DGA aangemerkt kunnen worden als gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen. Door deze vergoedingen/verstrekkingen zorgt de werkgever namelijk voor de gezondheid van zijn werknemers, wat verplicht is op grond van artikel 3, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. De Belastingdienst betwist dat sprake is van zorg dragen voor de veiligheid en gezondheid van werknemers door het vergoeding of verstrekking van personal training en sportschoolabonnementen.
Volgens de rechter hoeft er in deze zaak geen direct verband te zijn met de preventie van ziekteverzuim. De vrijstelling is ruim waardoor ook het verstrekken of vergoeden van de kosten voor personal training en het abonnement voor de sportschool van de DGA aangemerkt kunnen worden als gerichte vrijstelling. Daarbij maakt de rechter wel de kanttekening dat dit alleen geldt voor de DGA en niet voor de kosten die gemaakt zijn voor zijn partner. De kosten voor de partner vallen naar het oordeel van de rechter niet onder de gerichte vrijstelling. De partner van de DGA is namelijk geen werknemer van de BV.
Subvraag 3: Op de werkplek?
De BV stelt dat de arbeidsvoorzieningen op de werkplek zijn verbruikt. De Belastingdienst betwist dit.
Uit de Uitvoeringsregeling loonbelasting volgt dat ook arbovoorzieningen buiten de werkplek kunnen vallen onder de gerichte vrijstelling. Dit komt ook terug in het Handboek Loonheffingen. Naar het oordeel van de rechter wordt daardoor aan de voorwaarden van de gerichte vrijstelling voldaan.
Subvraag 4: Gebruikelijk?
De Belastingdienst stelt dat niet voldaan wordt aan de gebruikelijkheidstoets. De vergoedingen/verstrekkingen zijn gelet op de hoogte ongebruikelijk, volgens de Belastingdienst. Naar het oordeel van de rechter is hier echter onvoldoende bewijs voor geleverd.
Conclusie
Volgens de rechter heeft de Belastingdienst ten onrechte nageheven over de kosten van het verstrekken of vergoeden voor personal training en het abonnement voor de sportschool van de DGA. De Belastingdienst heeft wel terecht nageven over het familieabonnement. De rechter vermindert de naheffingsaanslag daarom tot de kosten van het familieabonnement.
Tip: De kosten van personal training en een sportschoolabonnement voor de DGA kunnen dus volgens deze uitspraak vrijgesteld worden vergoed/betaald door de BV. Mogelijk leidt hoger beroep tot een andere conclusie.
Terug naar het overzichtSchrijf u in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van financiële en fiscale ontwikkelingen.